Beluister deze pagina met proReader

WMO

Wet Maatschappelijke ondersteuning

Dit dossier is opgebouwd uit de volgende onderdelen:
1. Over de wet 
2. Wat doet de gemeente?

3. Stand van zaken
4. Beleid van de D66 Gouda fractie

1. Over de wet
Iedereen moet kunnen meedoen

Het doel van de Wet maatschappelijke ondersteuning is dat iedereen kan meedoen in de maatschappij. De Wmo regelt dat mensen die hulp nodig hebben in het dagelijkse leven ondersteuning krijgen van hun gemeente. Het gaat om voorzieningen als hulp in het huishouden, een rolstoel of woningaanpassing.

 

De Wmo ondersteunt mensen die zich inzetten voor hun medemens of buurt. Het gaat bijvoorbeeld om mantelzorgers en vrijwilligers. De Wmo stimuleert activiteiten die de onderlinge betrokkenheid in buurten en wijken vergroten. De Wmo biedt ondersteuning om te voorkomen dat mensen later zwaardere vormen van hulp nodig hebben. Het gaat bijvoorbeeld om opvoedingsondersteuning en activiteiten tegen eenzaamheid.


De Wvg, de Welzijnswet en het onderdeel huishoudelijke verzorging uit de AWBZ zijn samengebracht in de Wmo. De gemeente moet activiteiten gaan ontplooien op negen zogenaamde 'prestatievelden'. Dit zijn thema's die het Rijk heeft benoemd. Het gaat om deze negen thema's:

 

  1. Het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid in wijken en buurten
  2. Ondersteuning van (ouders van) jongeren met problemen met opgroeien
  3. Geven van informatie, advies en klantenondersteuning
  4. Ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers
  5. Bevorderen deelname aan de maatschappij door mensen met een beperking of een chronisch (sociaal-) psychisch probleem
  6. Verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een (sociaal) psychisch probleem
  7. Maatschappelijke opvang, advies en steunpunten huiselijk geweld
  8. Openbare geestelijke gezondheidszorg
  9. Ambulante verslavingszorg

Deze punten worden meer uitgebreid behandeld in de paragraaf hieronder.

De gemeente gaat de Wmo uitvoeren. De gedachte is dat gemeente weten wat er leeft en het beste kunnen inspelen op de wensen en behoeften van haar inwoners.

 

Inwoners krijgen een belangrijke stem in het Wmo-beleid van hun gemeente. Ze hebben inspraak in het beleid en kunnen hun gemeente ter verantwoording roepen. Deze participatie moet vorm krijgen met de instelling van een Wmo raad en regelmatige inventarisaties van behoeften aan zorg en peilingen naar tevredenheid over de geleverde zorg.


De Wmo is op 1 januari 2007 in werking getreden. De gedachte achter de wet is opgenomen in het document "Op weg naar een bestendig stelsel van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteunig". Kern is dat door een samenhang in de aandachtspunten voor zorg en welzijn aan te brengen, beter kan worden ingespeeld op de ontwikkelingen en gestimuleerd wordt dat de sociale samenhang in de directe leefomgeving wordt bevorderd.


2. Wat doet de gemeente?


Bron: www.gouda.nl  

De Wmo maakt de gemeente Gouda verantwoordelijk voor de maatschappelijke ondersteuning van haar inwoners. De ‘maatschappelijke ondersteuning’ bestaat uit negen taken.


- 1. De leefbaarheid van Gouda vergroten
De overheid wil met de Wmo bereiken dat mensen zich meer bij elkaar betrokken voelen. Om dit te bereiken stimuleert de Wmo activiteiten die de onderlinge betrokkenheid in buurten en wijken vergroten. De gemeente zorgt daarom voor aantrekkelijke plekken in buurten en wijken. En voor plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, een praatje kunnen maken of bijvoorbeeld sporten. Denk bijvoorbeeld aan buurtservicecentra, welzijnswerk, jongerencentra, maar ook voldoende speelplekken en sportvoorzieningen voor iedereen. Ook biedt de gemeente financiële ondersteuning aan initiatieven van bewoners die buurtbarbecue, het 3-eurobudget of het de onderlinge betrokkenheid in de wijken initiatievenfonds voor plannen van vergroten. Denk bijvoorbeeld aan de wijkbewoners.


- 2. Jongeren en ouders ondersteunen bij problemen
Ondersteuning voor ouders bij het opvoeden van hun kinderen valt onder de Wmo. Er zijn meer wetten voor de jeugd en voor jongeren met problemen. Maar de Wmo richt zich vooral op het voorkómen van problemen. Door al hulp te bieden als problemen alleen nog maar dreigen, hopen we erger te voorkomen. Het gaat bijvoorbeeld om ontwikkelingsachterstand, schooluitval of criminaliteit.  De gemeente heeft een regiefunctie als het gaat om jeugd en samenhangend jeugdbeleid. Met de Wmo kunnen we de hulp aan jongeren met problemen en hun ouders beter coördineren. Dat is handig als een gezin meerdere soorten hulp nodig heeft.


In Gouda kunt u bijvoorbeeld gebruik maken van het opvoedbureau en de gezinscoach. Ouders van kinderen tot 19 jaar kunnen bij het opvoedbureau terecht met vragen en problemen over de opvoeding. De gezinscoach ondersteunt en begeleidt gezinnen met verschillende problemen waar meerdere hulpverleners over de vloer komen. Zo kan een gezin de situatie weer onder controle krijgen.

- 3. Informatie en advies geven
Ouderen, mensen met een beperking of een (psychische) ziekte hebben soms extra hulp nodig bij het maken van een belangrijke keuze of bij het oplossen van een probleem. De Wmo regelt dat de gemeente Gouda mensen met of zonder beperkingen ondersteunt met informatie en advies. Past iemand die niet meer kan traplopen bijvoorbeeld zijn woning aan of gaat hij verhuizen? Het Infopunt Zorg en Welzijn kan uitleg geven over de mogelijkheden en de voorwaarden om voor hulp in aanmerking te komen.

- 4. Ondersteunen van vrijwilligers en mantelzorgers

De gemeente krijgt een nieuwe taak: ze gaat het werk van vrijwilligers en mantelzorgers ondersteunen. De Wmo is de eerste wet die opkomt voor deze twee groepen. De gemeente kan bijvoorbeeld mantelzorgers met elkaar in contact brengen en vrijwilligers trainen. Ook kan de gemeente helpen om tijdelijke ondersteuning te regelen als een mantelzorger ziek wordt of met vakantie wil.


- 5. Zorgen dat mensen met een beperking mee kunnen doen
Meedoen in de samenleving is niet voor iedereen even vanzelfsprekend. Ouderdom, beperkingen, sociaal-economische klasse, psychische problemen of 'moeilijkheden thuis' kunnen hindernissen opwerpen om volop mee te draaien in de maatschappij. De gemeente zorgt dat mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking en mensen met een chronisch psychisch of psychosociaal probleem mee kunnen doen in de samenleving.
Zo kunnen we uw woonomgeving en de openbare ruimten toegankelijk maken voor mensen met een beperking. Een wijk zonder hoge stoepen, een bibliotheek zonder drempels en gehandicaptenparkeerplaatsen in het centrum van de stad. Het nieuwe Huis van de Stad wordt een goed bereikbaar en goed toegankelijk knooppunt van gemeentelijke diensten.


- 6. Voorzieningen voor mensen met een beperking
Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking krijgen hulp en ondersteuning van de gemeente. Vervoersvoorzieningen, woonvoorzieningen en rolstoelen worden tot 31 december 2006 vergoed uit de Wvg en hulp bij het huishouden uit de AWBZ. Vanaf 1 januari 2007 vallen al deze voorzieningen onder de Wmo.


- 7. Maatschappelijke opvang
Met de invoering van de Wmo moet de gemeente opvang, zorg en advies regelen voor mensen die door problemen tijdelijk niet meer thuis kunnen wonen.
Bijvoorbeeld een daklozenopvang of een opvanghuis voor vrouwen die te maken hebben met huiselijk geweld. Onder huiselijk geweld verstaan we mishandeling door iemand uit de huiselijke kring. Meestal zijn vrouwen en kinderen het slachtoffer. De vrouwenopvang in Gouda biedt hulp bij partnermishandeling, onder andere door tijdelijke opvang.
Het Kompas van het Leger des Heils biedt nachtopvang en crisisopvang. Mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats kunnen voor een paar euro een bed voor een nacht huren bij de nachtopvang. Zoekt iemand, of bijvoorbeeld een heel gezin, langdurige opvang? Dan kan de crisisopvang uitkomst bieden. Mensen kunnen daar voor drie maanden tot een jaar terecht.


- 8. Openbare geestelijke gezondheidszorg
Mensen met veel problemen door een psychische ziekte, verslaving, schulden, werkloosheid of eenzaamheid kunnen in een neerwaartse spiraal terecht komen. Ze zakken steeds dieper weg, verwaarlozen zichzelf en veroorzaken soms overlast in de wijk. De weg naar hulp is dan moeilijk te vinden. De hulpverlening aan deze kwetsbare mensen heet 'openbare geestelijke gezondheidszorg'.
De openbare geestelijke gezondheidszorg wil kwetsbare mensen bereiken en begeleiden. Dat kan bijvoorbeeld door regelmatig met een buurtbus met gratis koffie langs mensen te gaan om zo een oogje in het zeil te houden.
De GGD Hollands Midden heeft in Gouda een meldpunt voor zorg en overlast, het Meldpunt ZO. Maakt u zich zorgen om anderen of ondervindt u overlast van anderen, dan kunt u dit daar melden. Het meldpunt biedt advies en ondersteuning.


- 9. Zorg voor mensen met een verslaving
De gemeente regelt dat mensen met een verslaving goede hulp, opvang en begeleiding krijgen. Voorkomen dat verslaafden ernstige overlast veroorzaken, hoort daar ook bij.
Parnassia voert preventieve projecten over verslavingszorg uit en bezoekt bijvoorbeeld scholen. Verder heeft Parnassia veel behandelprogramma’s: van relatief eenvoudige begeleiding tot opname in een instelling. Samen met Reakt voert Parnassia een programma uit waar verslaafde mensen met psychische problemen dagelijks worden opgevangen en een dagbestedingprogramma volgen. Reakt voert ook straathoekwerk uit en probeert in contact te komen met verslaafden die zorg mijden.

3. Stand van zaken
Het afgelopen jaar heeft vooral in het teken gestaan van de inrichting van de uitvoering. In de kadernota huishoudelijke hulp zijn de uitgangspunten verwoord, die bij de aanbesteding in acht moeten worden genomen. Inmiddels zijn de aanbestedingen afgerond en wordt de huishoudelijke hulp verzorgt door de Vierstroom, Thuiszorg INIS en Zorgpartners Midden Holland.

Verder is de Wmo raad ingericht en geinstalleerd. verordening WMO raad
Een verstrekkingboek inzake zorg- en hulpmiddelen is vastgesteld. vestrekkingboek
verordening maatschappelijke ondersteuning
Op 5 maart 2007 is een bijeenkomst georganiseerd tussen college, gemeenteraad, vertegenwoordigers van de organisaties en burgers ter voorbereiding van het beleidsplan, dat dit jaar moet worden opgesteld.
Centraal in het beleidsplan moet komen te staan hoe de gemeente vorm gaat geven aan de totstandkoming van een sociale samenleving, waarbij de zorg zodanig is ingericht, dat iedereen kan meedoen.



4. standpunt D66 fractie


D66 vraagt uw suggesties om het beleidsplan Wmo 2007-2010 goed vorm te geven. Op 5 maart aanstaande is een eerste overleg georganiseerd om te discussieren over het beleidsplan Wmo 2007-2010. Hoewel veel beleidslijnen rond de Wmo al eerder in gang zijn gezet, zal nog eens kritisch moeten worden bezien of hiermee aan de doelstelling van de WMO wordt voldaan.


Bij de uitwerking van het beleidsplan ligt bij ons het accent op de ontwikkeling van preventieve maatregelen. Hoe kunnen we voorkomen dat beroep moet worden gedaan op de zorg. Hoe houden we mensen zo lang mogelijk zelfstandig. Daarnaast zullen wij in het beleidsplan aandacht vragen voor de oplossing van knelpunten in de huidige zorgverlening.

 

Verbeteringen in de ondersteuning van mantelzorgers, vrijwilligersinformatiepunt, het loket info en welzijn, maar ook verbetering in de wijze waarop de indicatiestelling geschiedt (moet korter en efficienter kunnen).

Suggesties, vragen?  Neem contact op met Harry van de Haak, lid van de fractie (Harry.vandenhaak@gouda.nl)

 

5. Toelichting
D66 heeft in december 2005 ingestemd met de volgende 19 uitgangspunten, die de ontwikkeling van het beleid rond de WMO vorm moet gaan geven. Deze uitgangspunten zijn:

 

 

  1. Burgers zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun eigen problemen en voor die van hun naasten;
  2. De gemeente treedt voor burgers, die zelfstandig wonen en zorg nodig hebben op als vangnet, als men zelf niet kan zorgdragen of mantelzorg ontbreekt;
  3. De gemeente voert de regie over een samenhangend stelsel van wonen, welzijn en zorg op lokaal niveau;
  4. De gemeent dient beleid te ontwikkelen op de 9 prestatievelden van de WMO;
  5. De uitvoering van de WMO dient zo dicht mogelijk bij de burger plaats te vinden;
  6. Lokaal, wat kan, (sub)regionaal wat moet;
  7. Mensen die de noodzakelijk zorg en ondersteuning nodig hebben, kunnen hierop rekenen;
  8. De samenhang tussen de prestatievelden moet bewaard blijven;
  9. Gemeente voeren de regie over de WMO en zijn hierin beleidsbepalend;
  10. De te kiezen overlegstructuur ter voorbereiding van de invoering van de WMO ondersteunt de regiefunctie van de gemeente.
  11. Mensen zo lang mogelijk zelfstandig laten functioneren;
  12. Nadruk op preventie, curatie waar nodig;
  13. Nadruk op collectief, individueel waar nodig;
  14. Algemeen gebruikelijke voorzieningen en zorg worden niet door overheid geregeld;
  15. Heldere criteria inzake rechten op voorzieningen;
  16. De gemeent Gouda waardeert, faciliteert de civil society en kiest hierbij een opbouwende rol;
  17. Informatie en advies bevordert eigen oplossingen zoeken van burgers;
  18. beleidsregie bij de gemeente, uitvoeringsregie bij de ketenpartners;
  19. De lokale situatie is leidend, regionale afstemming en samenwerking waar nodig.

 

Lees meer
Het beleid van D66 is erop gericht geweest in het overgangsjaar de huishoudelijke zorg goed in te regelen, de WVG goed te incorperen in de WMO uitvoering en de WMO raad totstand te laten komen. Behoudt van oude rechten stond voorop.


Dit is nu allemaal in gang gezet. Nu moet het meerjarenbeleid tot stand gaan komen. Bij de beschrijving wat de gemeente nu doet, wordt al een beeld door de gemeente zelf gegeven hoe het huidige beleid eruit ziet.

 

Aanvullend kan worden gemeld, dat met de bevordering van levensloopbestendige woningen en de afspraken in het Pact van Savelberg reeds stappen zijn gezet om zorg en welzijn rond met name rond ouderen te regelen. Is dit genoeg?

 

Loopt het voldoende en zijn alle aspecten van de WMO hiermee voldoende in beeld. Kunnen we zeggen, dat het reeds ontwikkelde beleid voldoende houvast biedt om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen, waarbij de zorgvraag zal toenemen door toename van het aantal ouderen, maar ook het langer leven.

Die vraag zal dit jaar beantwoord moeten gaan worden. Een eerste stap is in de ontwikkeling van een beleidsplan is de bijeenkomst op 5 maart tussen College, Raad, vertegenwoordigers van het veld en belangstellende burgers. Iedereen kan worden gehoord en aansluitend zal dit moeten worden vertaald in een concreet plan. Bij de uitwerking van het beleidsplan ligt bij ons het accent op de ontwikkeling van preventieve maatregelen.

 

Hoe kunnen we voorkomen dat beroep moet worden gedaan op de zorg. Hoe houden we mensen zo lang mogelijk zelfstandig. Daarnaast zullen wij in het beleidsplan aandacht vragen voor de oplossing van knelpunten in de huidige zorgverlening. Verbeteringen in de ondersteuning van mantelzorgers, vrijwilligersinformatiepunt, het loket info en welzijn, maar ook verbetering in de wijze waarop de indicatiestelling geschiedt (moet korter en efficienter kunnen).



print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave